Van mestvergisting naar delicatesse

18-12-2013 \\ Innofood nieuws

Eendenkroos groeit als kool. Een ideale eigenschap als je het waterplantje weet te voeden met een tot voor kort waardeloze reststroom. Nog leuker wordt het als je daarmee hoogwaardig eiwit weet te genereren. Interesse genoeg: uit de derde wereld, een Hollandse kaasspecialist en een cateraar die het als delicatesse in de markt wil zetten.

Het bedrijf Groot Zevert Vergisting uit Beltrum was zo’n tien jaar geleden het eerste grootschalige biogasbedrijf in Nederland. Sinds kort speelt de onderneming opnieuw een voortrekkersrol: in twee jaar tijd is er een concept neergezet voor het grootschalig en geautomatiseerd telen en oogsten van eendenkroos. Dit doet het samen met partners – zelfstandig adviesbureau CC Advies uit Ulft en veevoederfabrikant ForFamers uit Lochem – onder de naam consortium Eendenkroos Digestaat Veevoer (EDV). Het idee om eendenkroos te telen is op zich niet nieuw, maar het is wel de eerste keer dat het lukt, zegt Moot Goossens, senior adviseur biobased economy bij Agentschap NL (Ag NL).

Biobased economy
In 2009 dong EDV mee in een tender van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Is grootschalige teelt van eendenkroos met vergistte dierlijke mest als voedingsbron bedrijfseconomisch haalbaar, was een van de onderzoeksvragen. Het ministerie financierde het haalbaarheidsonderzoek via de SBIR-regeling (Small Business Innovation Research). Het onderzoek van het consortium sloot immers goed aan bij de ambitie van het kabinet: leidend worden en blijven in Europa op het gebied van de biobased economy. De overheid besloot innovatie op dit gebied te versnellen en 17 miljoen euro beschikbaar te stellen aan bedrijven voor het ontwikkelen van duurzame, innovatieve oplossingen.

Eiwitgehalte 43 procent
De resultaten van het haalbaarheidsonderzoek, fase 1 van de SBIR-regeling, waren veelbelovend. Door het meest geschikte soort eendenkroos te selecteren en de teeltomstandigheden te controleren weet het consortium een eiwitgehalte te verkrijgen van 43 procent. Bovendien heeft het eiwit een dermate hoge kwaliteit dat het qua samenstelling met soja-eiwit kan concurreren. Ook lijkt grootschalige teelt technisch en bedrijfseconomisch haalbaar, dus fase 2 van de SBIR-regeling werd ingezet: de ontwikkeling van de teelt van laboratoriumschaal tot kleine praktijkschaal. Ditmaal financiert het ministerie van Economische Zaken het innovatieonderzoek. Groot Zevert heeft daartoe drie vijvers aangelegd: één op de bedrijfslocatie in Beltrum van één hectare en twee proefvelden elders in het land.

  

Lees hier het volledige artikel in Duurzaam Nieuws