Resource: ‘Viskeurmerk moet beter’

21-01-2013 \\ Innofood nieuws

 

 

Resource zet de belangrijkste problemen rondom het keurmerk van MSC (Marine Stewardship Council) op een rij.

Misschien viel het u al op bij de kerstboodschappen: de meeste vis in het schap heeft tegenwoordig een keurmerk van MSC, oftewel Marine Stewardship Council. Deze vis is duurzaam gevangen. Dat betekent: zonder overbevissing of schade aan het ecosysteem. Wereldwijd heeft circa tien procent van alle gevangen vis een keurmerk.

Het keurmerk is in Nederland populair en zeer invloedrijk. Zo willen Nederlandse supermarkten vanaf 2015 alleen nog MSC-vis verkopen. Ook onder viswetenschappers is er veel goodwill, maar tegelijkertijd is er de laatste jaren steeds meer kritiek te horen. Het keurmerk heeft nog niet bewezen dat het duurzame visvangst echt bevordert, menen critici. Verder zou het MSC onvoldoende oog hebben voor weeffouten in de beoordeling. De belangrijkste problemen op een rijtje.

Probleem 1: MSC is te westers

Omdat de strenge eisen als financiële en praktische drempel fungeren, krijgen vissers uit arme landen moeilijk toegang tot het keurmerk. Op de MSC-site wordt optimistisch gesproken over een wereldomspannende organisatie, maar de bijbehorende kaart laat zien dat de gecertificeerde vissers zich voor het overgrote deel in Europa en Noord-Amerika bevinden. ‘Voor visserijen in ontwikkelingslanden is certificering simpelweg te duur,’ zegt Simon Bush, universitair docent bij Milieubeleid, die deze maand een artikel publiceert over de knelpunten van het MSC-keurmerk. ‘Bovendien hebben arme vissers meestal weinig data en kunnen dus niet laten zien of ze duurzaam zijn.’

Hierdoor zit MSC in een spagaat: haar geloofwaardigheid vraagt om stevig wetenschappelijk bewijs. Maar om relevant te zijn moet ze wereldwijd zoveel mogelijk visserijen beoordelen. Ontwikkelingslanden mogen dan niet achterblijven. MSC spant zich in om dat probleem op te lossen, weet Bush. Zo test MSC een beoordelingsprocedure die minder op data leunt en meer op risico-inschatting. Bovendien neemt de organisatie veel kleine maatregelen die financiële en praktische drempels verlagen. De goede wil is er, aldus Bush, maar er moet nog veel gebeuren.

Probleem 2: MSC is te zwart-wit

Visserijen zijn duurzaam of niet-duurzaam, meer smaken zijn er niet volgens MSC. In de praktijk wringt dat, constateert Bush. Als voorbeeld noemt hij een groep Nederlandse scholvissers. Op aanmoediging van het WNF besloten zij niet langer te vissen in enkele kwetsbare Noordzeegebieden. Hun concurrenten visten op oude voet verder. In de supermarkt zagen consumenten echter geen verschil: de vissen van beide groepen werden verkocht met het keurmerk. De scholvissers plaatsten vervolgens een WNF-panda naast het MSC-keurmerk. Zulke toevoegingen en nuances brengt de consument echter aan het twijfelen. Dat kan het keurmerk ondermijnen, denkt Bush. Als oplossing zou MSC duurzaamheid met een stoplichtsysteem kunnen aangeven. Dat hoeft niet moeilijk te zijn, meent hij. ‘De beoordeling van de MSC kent een schaal van 0 tot 100 punten. Die kun je communiceren.’ Deze spanning negeren is volgens Bush in ieder geval ‘niet in het voordeel van MSC.’

Het MSC biedt inderdaad beperkte informatie, beaamt Nathalie Steins, manager Benelux van MSC. Wie aan tachtig van de honderd criteria voldoet krijgt het keurmerk. Er is geen mogelijkheid om zich vervolgens extra te onderscheiden. ‘Dat komt omdat we allereerst een sterk en betrouwbaar keurmerk willen bieden.’ Zij ziet dan ook niets in een ‘gouden, zilveren of bronzen randje’ van het MSC-logo: ‘Het is maar de vraag of consumenten dat begrijpen. Bovendien zijn er praktische bezwaren. Traceerbaarheid wordt bijvoorbeeld moeilijker en duurder.’

 

Lees hier het volledige artikel op de site van Wageningen Universiteit