Reductie verzadigd vet en zout in kaart gebracht

20-03-2013 \\ Innofood nieuws
 
In februari jl. heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in samenwerking met het Voedingscentrum en de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) het rapport ‘Natrium en verzadigd vet in beeld’ gepubliceerd met daarin een overzicht van de veranderingen in de samenstelling van voedingsmiddelen in 2012 in Nederland.

Wat betreft de vetzuursamenstelling wordt in het RIVM-rapport erkend dat de margarine-, vetten- en oliënindustrie flinke stappen heeft gemaakt. ‘Zij hebben het gebruik van vloeibare vetten gestimuleerd en de vetzuursamenstelling van hun producten verbeterd’, aldus het rapport.

Resultaten verzadigde vetzuren
Het RIVM geeft aan dat binnen de Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling op initiatief van het Productschap Margarine, Vetten en Oliën aanbieders en afnemers van plantaardige oliën en vetten zich tussen 2003 en 2010 actief hebben ingezet voor een betere vetzuursamenstelling van de voeding. Uit het rapport blijkt dat de inspanningen van de oliën- en vettensector om het gebruik van vloeibare vetten te stimuleren en de vetzuursamenstelling van producten te verbeteren goede resultaten hebben opgeleverd. Zo is het totale vetgehalte van margarines en halvarines voor op brood in veel varianten verlaagd, is het aandeel halvarineproducten toegenomen (tot 74% in 2009 ten koste van margarines), en is het aandeel vloeibare frituur- en bak- en braadvetten gestegen.

Bijdrages van productgroepen 2012
Uitgaande van de Voedselconsumptiepeiling (VCP) 2007 – 2010 blijkt dat smeersels voor op brood (inclusief boter) met 9% bijdragen aan de inname van verzadigde vetzuren (zie ook onderstaande taartdiagram). Van de 9% bijdrage aan de consumptie wordt ongeveer 3% geleverd door de halvarines, 3% door de margarines en 3% door de smeersels op zuivelbasis. Het aandeel verzadigde vetzuren is hoger in de gezouten varianten, aldus het RIVM. Bak- en braadproducten en frituurvetten dragen met 3% bij aan de inname van verzadigde vetzuren.

 


Bijdrage aan verzadigde vetzuren inname per productgroep (%)*

*) Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Natrium en verzadigd vet in beeld, 2013.

Reductie natrium
In hetzelfde onderzoek is ook gekeken naar het natriumgehalte in voedingsproducten. Het zoutgehalte in brood en groenteconserven is in 2012 licht afgenomen ten opzichte van 2011. Het gemiddelde zoutgehalte nam ook af voor kaas, koude sauzen, pindasauzen en chips, maar deze daling was niet statistisch significant. In vlees en soepen is geen verschil in het zoutgehalte waargenomen.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
De resultaten van deze monitor zijn naar de minister van VWS gestuurd waarna de minister deze resultaten en haar reactie op de voortgang aan de Tweede Kamer heeft voorgelegd. De minister is positief over de voortgang van de verlaging van verzadigde vetzuren (en zout) in levensmiddelen. Ze geeft aan met de verschillende sectoren die de grootste bron zijn van verzadigde vetzuren te bespreken wat hun bijdrage kan zijn aan verlaging van de consumptie van verzadigd vet. Verder ziet ze op dit moment geen reden om tot wetgeving over te gaan. In opdracht van het ministerie van VWS blijft het RIVM in samenwerking met het Voedingscentrum de komende jaren de zout- en verzadigd-vetgehalten in voedingsmiddelen volgen. Zij hebben al diverse plannen ontvangen over hoe producenten zich voorbereiden op het stapsgewijs (verder) aanpassen van de zoutgehalten van hun producten. Deze plannen variëren van sectorbrede aanpassingen tot aanpassingen van individuele (huis)merken en lopen tot eind 2015.

Download hier het RIVM-rapport.

Download hier de brief van minister Schippers.

Bron: MVO