Online game voor promotie fruit werkt averechts bij kinderen

23-01-2013 \\ Innofood nieuws

 

Advergames – online spelletjes voor producten of merken – waarin fruit bij kinderen wordt gepromoot, leiden niet tot het eten van meer fruit. Integendeel, kinderen eten na het spelen van deze spelletjes zelfs meer snoep in plaats van fruit. Dit blijkt uit onderzoek door communicatiewetenschappers van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hun bevindingen worden binnenkort gepubliceerd in het vakblad The American Journal of Clinical Nutrition.

Daarnaast blijkt het spelen van een advergame waarin voedsel wordt gepromoot, ongeacht of het snoep of fruit is, bij kinderen te leiden tot een hogere calorie-inname dan wanneer de kinderen een advergame spelen over speelgoed, of helemaal geen spel. Kinderen die een online spel spelen waarin voor fruit of snoep wordt geadverteerd, eten veel meer snoep dan de andere kinderen.

De UvA-wetenschappers – Frans Folkvord, Doeschka Anschutz, Moniek Buijzen en Patti Valkenburg – onderzochten wat het spelen van advergames die snoep en fruit promoten voor effect heeft op de voedselinname van kinderen. Advergames worden steeds meer gebruikt om reclame te maken voor producten, met name door voedselfabrikanten.

Ook bekeken de onderzoekers of het spelen van de spelletjes leidt tot het meer eten van een bepaald product en merk. De kinderen die een spel spelen waarin voor fruit of snoep wordt geadverteerd, eten hoe dan ook veel meer snoep dan de kinderen in de andere condities. Het merk is daarbij niet van belang.

Voor het onderzoek werden 270 kinderen (tussen de 8 en de 10 jaar) willekeurig verdeeld over vier groepen. Er was een groep kinderen die een advergame speelde waarin snoep werd gepromoot, een groep waarin fruit werd gepromoot, en een groep waarin speelgoed werd gepromoot. Een laatste groep kinderen diende als een controlegroep. Zij speelden geen spel. Na het spelen van de advergame konden de kinderen 5 minuten lang onbeperkt eten van verschillende kommetjes met fruit en snoep. De controlegroep startte meteen met het eetgedeelte van het onderzoek. Na het eten vulden de kinderen nog een vragenlijst in en werd de lengte en gewicht van het kind gemeten.

Bron: Universiteit van Amsterdam