Nederlandse eiersector zoekt naar nieuwe afzetmarkten voor scharreleieren

01-02-2013 \\ Innofood nieuws

 

Nederland heeft in Europa de laagste kostprijs voor scharreleieren. Door de scherpe kostprijs en de efficiënte Nederlandse eierhandel zijn er mogelijkheden voor afzet van scharreltafeleieren in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (VK). Dit blijkt uit onderzoek van LEI Wageningen UR in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en het Productschap Pluimvee en Eieren.

Het aanbod scharreleieren in Nederland is fors toegenomen door de omschakeling naar alternatieve houderijsystemen na het Europese verbod op traditionele kooihuisvesting. De Nederlandse vraag naar scharreleieren blijft gelijk terwijl in de belangrijkste exportbestemming, Duitsland, de productie van scharreleieren ook sterk is toegenomen. Het resultaat is een overaanbod aan scharreleieren, die afgezet moeten worden naar andere exportbestemmingen in de omringende landen of verwerkt moeten worden door de eiproductenindustrie.
 

 

In het onderzoek is gekeken naar de positie van de Nederlandse eierketen voor zowel scharrel- als kooieieren ten opzichte van de belangrijkste concurrenten.
 

 

In enkele landen in Noordwest-Europa worden scharrelhennen gehouden op een vergelijkbare wijze als in Nederland. De kostprijs op het leghennenbedrijf in Nederland is vergeleken met die in Duitsland, Frankrijk, het VK en Denemarken. Uit de vergelijking blijkt dat de kostprijs in Nederland het laagst is door goedkoper voer, goede technische resultaten (zoals meer eieren per hen) en het gebruik van moderne houderijsystemen. Ongunstig voor de Nederlandse leghennenhouders zijn de hoge mestafzetkosten.
 

 

Door de omschakeling naar verrijkte kooien is de kostprijs voor kooieieren in de EU met gemiddeld 7% gestegen ten opzichte van de houderij in traditionele kooien. De kostprijs voor kooieieren in enkele derde landen (Oekraïne, VS, Argentinië en India) was in 2011 20% tot 30% lager dan in Europa. Dit komt door een lagere voerprijs, lagere kosten voor huisvesting en arbeid en geen of lage mestafzetkosten. Tevens is de kostprijs lager door het ontbreken van wet- en regelgeving op het terrein van milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn.
 

 

De EU-leghennenhouderij heeft te maken met allerlei regelgeving. Het aandeel van kosten direct gerelateerd aan EU-wetgeving was in 2012 ruim 15%. In de huidige situatie beschermen invoerheffingen de EU van grote hoeveelheden invoer van eieren en eiproducten. Door de gestegen kostprijs voor kooieieren in de EU, als gevolg de nieuwe wetgeving voor huisvesting van leghennen, is het voor de concurrentiepositie van de Europese legpluimveesector belangrijk dat de invoerheffingen op het huidige niveau blijven.
 

 

Rapport
LEI-rapport 2012-079, P.L.M. van Horne, ‘Concurrentiekracht van de Nederlandse eiersector’ vindt u hier.

 

Bron: PVE