Marktwerking staat duurzame kipfilet in de weg

19-12-2013 \\ Innofood nieuws

Kip is gezond, goedkoop en relatief duurzaam vlees. Dat is het gevolg van marktwerking, ‘superspecialisatie’ en innovaties. Maar diezelfde marktwerking belemmert een nieuwe innovatiesprong die hard nodig is, gericht op minder antibiotica, beter dierenwelzijn en een kleinere footprint. Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding (RIDLV) in de nieuwe publicatie Kipfilet: het meest complexe stukje vlees.

  

Kipfilet lijkt een simpel product, maar is in feite uiterst complex. De productieketen is verregaand opgesplitst in minstens 40 gespecialiseerde schakels. Die variëren van pluimveehouders, topfokbedrijven, vangploegen en transporteurs tot slachterijen; van sojatelers in Brazilië tot mengvoerbedrijven in Nederland; en van stallenbouwers, dierenartsen, farmaceutische bedrijven en mestverbranding tot fabrikanten van slachtmachines. Binnen elk van die schakels wordt scherp geconcurreerd, waardoor de marges ondanks alle innovaties flinterdun zijn.

Kostprijsverlaging
De economische benadering heeft er voor gezorgd dat er een laag voerverbruik is en daardoor een kleine carbon footprint en een lage kostprijs, die vrijwel geheel ten goede is gekomen aan de consument. Kipfilet is veel goedkoper en voor vrijwel iedereen betaalbaar geworden. De jaarlijkse consumptie per persoon in Nederland is sinds 1960 meer dan vertienvoudigd: van 2,1 kilo naar 22,4 kilo per persoon in 2011.

Keerzijde
Na de kostprijsverlaging is een nieuwe innovatiesprong nodig, gericht op minder antibioticagebruik, beter dierenwelzijn en minder gebruik van soja uit Zuid-Amerika. Die veranderingen zijn moeilijk in te passen zolang de concurrentie zich toespitst op efficiëntie en de laagste kostprijs. Eén van de nadelen van concurrentie is dat wantrouwen tussen bedrijven in de keten is geïnstitutionaliseerd en partijen daarom informatie voor elkaar achterhouden. Dat werkt belemmerend voor integrale duurzaamheid. Regie ontbreekt.

Vervreemding
Ook sociaal is er iets misgegaan. Producent en consument van kippenvlees zijn van elkaar vervreemd. Kipfilet is zorgvuldig ontdaan van alles wat herinnert aan een dier. De consument vindt dat prettig, er is sprake van ‘eten maar niet willen weten’. Maar dezelfde consument levert wel kritiek op de plofkip. Van de weeromstuit hebben veel pluimveehouders een defensieve houding aangenomen en hun rug naar de samenleving gekeerd. 

Patstelling doorbreken
Het is mogelijk deze patstelling te doorbreken, maar dat vergt samenwerking, regie en communicatie. Integrale duurzaamheid wordt pas mogelijk als bedrijven door de hele keten kennis gaan delen. Er is dan nog wel concurrentie tussen ketens, maar binnen elke keten staat samenwerking centraal. Om ook het vertrouwen van de samenleving te winnen, moeten pluimveehouders en andere spelers intensief gaan communiceren met burgers en consumenten.

Nieuw business model
Kees-Jaap Hin, eerste auteur van het rapport: ‘Voor de volgende innovatiesprong is een nieuw business model noodzakelijk. Investeringen van ketenschakels moeten in verhouding worden gebracht met het rendement en het risico van de schakels. Als bijvoorbeeld pluimveehouders hoge investeringen moeten doen, moeten andere schakels ook investeren. De pluimveesector kan daarbij een voorbeeld nemen aan chipmachinefabrikant ASML, die bij innovaties nauw samenwerkt met toeleveranciers en recent zelfs grote afnemers in het bedrijf laat investeren.’

Zie voor meer informatie het rapport Kip: het meest complexe stukje vlees – Marktmechanismen, ketenrelaties en integrale duurzaamheid op de site van de RIDLV.

Bron: RIDLV