Inspecties m.b.t. asbest bij voedingsbedrijven

24-08-2016 \\ Innofood nieuws

De Inspectie Leefomgeving en Transport voert sinds medio 2014 inspecties uit m.b.t. asbest bij bedrijven met industriële installaties. Hieruit blijkt dat de kennis m.b.t. de mogelijke aanwezigheid van asbest in de installaties en de regelgeving gering is.

Uit inspecties bij foodbedrijven in de tweede helft van 2015 is gebleken dat hierin nauwelijks verbetering is opgetreden. Tot op heden heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de geïnspecteeerde bedrijven die niet aan de regelgeving voldeden een waarschuwing gegeven. Deze bedrijven worden opnieuw gecontroleerd en wordt daarbij opnieuw een tekortkoming t.a.v. de regelgeving gesignaleerd, dan volgt een last onder dwangsom.

Ook bedrijven die na 1 augustus 2016 voor de eerste maal gecontroleerd worden zullen sneller een last onder dwangsom opgelegd krijgen als een of meer overtredingen van de asbestregelgeving worden geconstateerd. In 2016 worden ruim 400 bedrijven in de voedselindustrie bezocht.

Asbest is een natuurlijk mineraal dat is opgebouwd uit kleine vezels. Het is zeer slijtvast, warmte – en elektriciteitisolerend, vocht- hitte- en chemicaliënbestendig en brandwerend. Daarnaast is het een goedkoop en makkelijk toe te passen product. In veel gebouwen, vervoersmiddelen en installaties in Nederland die van vóór 1994 dateren, is asbest gebruikt. Ook is asbesthoudend materiaal in het verleden gebruikt als verhardingsmateriaal in wegen. Vanwege de gezondheidsrisico’s van asbest geldt sinds 1994 een verbod op het fabriceren, toepassen, importeren, voorhanden hebben, ter beschikking stellen en bewerken van asbesthoudende materialen. Asbesthoudende materialen mogen alleen worden verwijderd en worden afgevoerd naar een daarvoor erkende stortplaats. Er geldt (nog) geen verwijderingsplicht voor asbesttoepassingen. Wel gelden er regels als asbestvezels vrij kunnen komen. Dat is met name het geval als asbesthoudende toepassingen beschadigd zijn en als installaties waarin asbesthoudende producten zijn verwerkt uit elkaar worden genomen voor bijvoorbeeld onderhoud of revisie. Meer informatie over asbest vindt u hier.

Gezien de risico’s voor de gezondheid van mensen en de risico’s voor het milieu, zijn er regels waaraan men zich moet houden als er een kans is dat asbesthoudende vezels kunnen vrijkomen. Het toezicht op en de handhaving van deze regelgeving wordt door diverse organisaties uitgevoerd o.a.: Gemeenten (bouwwerken), Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (arbeidsomstandigheden) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (objecten, waaronder treinen schepen en industriële procesinstallaties, en producten). De ILT bewaakt de milieu-aspecten daarbij.

Asbesthoudende producten

Asbest is in het verleden in een veelheid van producten toegepast. Er zijn ca 3.500 verschillende toepassingen bekend. Het voert te ver deze hier allemaal te noemen. Er zijn een aantal voorbeelden van asbesthoudende toepassingen in de industrie in beeld gebracht. Hierbij wordt opgemerkt dat dit geen volledig beeld is van de toepassingen die kunnen voorkomen.

Gecertificeerde bedrijven

Het inventariseren van asbestbronnen in bouwwerken, installaties en andere objecten moet worden uitgevoerd door een daarvoor gecertificeerd bedrijf (SC540). Het verwijderen van asbest in risicoklasse 2 en 3 moet gebeuren door een gecertificeerd verwijderingsbedrijf. Alle bedrijven met een geldig certificaat zijn geregistreerd bij de Stichting Certificatie Asbest.

Wet- en regelgeving

Tijdens de inspectie, die de ILT uitvoert wordt gefocust op de volgende besluiten en daarvan de belangrijkste bepalingen:

Asbestverwijderingsbesluit 2005

Artikel 3: Verplichting voor de eigenaar tot het hebben van een inventarisatierapport, opgesteld door een SC-540 gecertificeerd bedrijf, als deze van plan is een of meerdere objecten uit elkaar te (laten) nemen, te (laten) slopen of asbest te (laten) verwijderen.

Artikel 4: in dit artikel is een aantal uitzonderingen aangegeven waarbij geen inventarisatierapport hoeft te worden opgesteld. Hier is o.a. opgenomen dat objecten gebouwd na 1 januari 1994 niet geïnventariseerd hoeven te worden.

Artikel 5: de opdrachtgever van de asbestverwijderingswerkzaamheden is verplicht een kopie van het asbestinventarisatierapport te verstrekken aan degene die de werkzaamheden daadwerkelijk uitvoert.

Artikel 6: Asbest, dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 3 mag alleen worden verwijderd door een daartoe SC-530 gecertificeerd bedrijf. De risicoklasse wordt bepaald in het inventarisatierapport en hangt samen met de kans op het vrijkomen van bepaalde hoeveelheden vezels. Hoe meer vezels vrij kunnen komen des te hoger de risicoklasse.

Artikel 9: Na de asbestverwijdering dient eerst een eindbeoordeling plaats te vinden, voordat overige werkzaamheden verricht mogen worden.

Productenbesluit asbest 

Artikel 4: het is verboden asbest of asbesthoudende producten te vervaardigen, in Nederland in te voeren, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen (verkopen of geven), toe te passen of te bewerken (breken, hakken, schuren, zagen etc).

Naast de hierboven aangegeven regelgeving stelt ook Hoofdstuk 4 afdeling 5 van het Arbeidsomstandighedenbesluit regels aan het werken met asbest. Een aantal bepalingen uit het Asbestverwijderingsbesluit komen terug in dit besluit. Het toezicht hierop vindt plaats door de Inspectie SZW.

Wat gaat goed?

De meeste bedrijven weten dat asbestvezels gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Hierdoor staat men open voor wijzigingen die als gevolg van de geconstateerde tekortkomingen moeten worden doorgevoerd en treffen de bedrijven vaak direct voorzieningen om de risico’s te verminderen.

Wat kan beter?

• Het bewustzijn dat nog steeds asbesthoudende toepassingen in industriële installaties aanwezig kunnen zijn, moet groter worden.

• De kennis van de asbestregelgeving moet worden verbeterd.

Inspectie door ILT

Tijdens de inspectie wordt nagegaan of het betrokken bedrijf weet dat er mogelijk asbestproducten verwerkt zijn in zijn oudere installaties en of het bedrijf op de hoogte is van de asbestregelgeving. Zo ja wat het bedrijf doet om te voorkomen dat mens en milieu worden blootgesteld aan asbestvezels. Op basis van een overzicht van de installaties en de onderhoudslogboeken wordt nagegaan of onderhoudswerkzaamheden aan de installaties conform het Asbestverwijderingsbesluit zijn/worden verricht.

Focuspunten inspectie:

• Beschikt het bedrijf bij het uit elkaar nemen van een installatie (bijvoorbeeld bij onderhoud of renovatie), gebouwd vóór 1994, over een asbestinventarisatierapport voor die installatie, dat is opgesteld door een daarvoor gecertificeerd inventarisatiebureau (SC 540)?

• Werden/Worden werkzaamheden die risico geven op blootstelling aan grotere hoeveelheden asbestvezels (risicoklasse 2 en 3) uitgevoerd door een daarvoor gecertificeerd bedrijf (SC 530)?

• Wordt eerst het asbest verwijderd voordat andere werkzaamheden aan de installatie worden verricht?

• Worden asbesthoudende producten op voorraad gehouden om bijvoorbeeld te worden gebruikt als reserveonderdeel voor de industriële installatie(s)?

De inspectie bestaat uit 3 onderdelen:

1. Interview met de contactperso(o)n(en) van het bedrijf
2. Rondgang door de productiehallen, de onderhoudswerkplaats en het onderdelenmagazijn
3. Inzage in de onderhoudsadministratie en andere relevante documenten.

Tijdens een rondgang door het bedrijf wordt geïnspecteerd of op dat moment daadwerkelijk asbestgerelateerde werkzaamheden aan installaties worden uitgevoerd en of er machines/installaties, gezien hun leeftijd en gebruikstoepassingen, als asbestverdacht aangemerkt moeten worden. Bij het inzien van de onderhoudslogboeken wordt nagegaan of dergelijke activiteiten mogelijk in het verleden hebben plaatsgevonden. Daarbij wordt tevens gekeken of een (toereikende) asbestinventarisatie is uitgevoerd. Tot slot wordt nagegaan of er asbesthoudende reserveonderdelen in het onderhoudsmagazijn aanwezig zijn.

Aan het eind van de inspectie worden de bevindingen met de contactpersoon besproken. Vervolgens stelt de inspecteur een rapport en een brief op die aan de directie van het bedrijf wordt gezonden.

Als de situatie bij een bedrijf daartoe aanleiding geeft kan de ILT handhavend optreden. Daarbij moet gedacht worden aan het geven van een waarschuwing of het opleggen van een last onder dwangsom. In het uiterste geval kan een proces verbaal worden opgemaakt en worden toegezonden aan het Openbaar Ministerie waarmee mogelijk strafrechtelijke vervolging plaatsvindt.

In 2016 zal de ILT zich met name richten op de bedrijven met industriële installaties in de voedingindustrie. Tot nu toe heeft de ILT over het algemeen de bedrijven, die geïnspecteerd zijn, gewaarschuwd. Inmiddels mag verondersteld worden dat bedrijven met industriële installaties bekend zijn met het gegeven, dat hun installaties, die gebouwd zijn vóór 1994, asbest kunnen bevatten en mag verwacht worden dat zij zich verdiept hebben in mogelijke aanwezigheid van asbest in hun machines/installaties en de regelgeving daaromtrent. Daarom zal de ILT vanaf augustus 2016 strenger optreden tegen bedrijven die in overtreding zijn.

Samenwerking met andere handhavende organisaties

Als tijdens de rondgang in het bedrijf blijkt dat er een (vermoedelijk) risicovolle situatie is die niet binnen de bevoegdheden van de ILT valt, dan wordt het betreffende bevoegde gezag ingeschakeld. U kunt daarbij denken aan de aanwezigheid van gebroken of beschadigde asbesthoudende producten, die op het moment van de ILT-inspectie niet verwijderd worden. Deze kunnen risico’s opleveren voor de medewerkers maar ook bijvoorbeeld voor de voedselveiligheid (NVWA). Ook als zich situaties ten aanzien van asbest voordoen waarbij de provincie/gemeente/omgevingsdienst het bevoegde gezag is, zal dit bevoegd gezag worden ingeseind.

 

Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport