Europees landbouwgeld gericht inzetten voor innovatie boerenbedrijf

31-10-2013 \\ Innofood nieuws

Regering en parlement moeten Europees landbouwgeld gericht inzetten voor innovatie en verduurzaming van boerenbedrijven. Alleen zo kan een gezonde toekomst voor de Nederlandse landbouw worden veiliggesteld. Dit concludeert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur  in zijn advies ‘Duurzame keuzes bij de toepassing van het Europees landbouwbeleid in Nederland’ dat vandaag is aangeboden aan staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken.
 
Boeren ontvangen op dit moment Europees geld voor in het verleden geleverde productie. Daardoor ontvangt het ene bedrijf meer geld dan het andere. Europa wil hiervan af, en overstappen naar een voor iedere boer gelijke betaling per hectare grond. Hier is geen ontkomen aan, doe het dan ook zo snel mogelijk. De Nederlandse landbouw is er bij gebaat als snel een nieuw en helder toekomstperspectief wordt geboden. De raad adviseert regering en parlement om de aandacht vooral te richten op de mogelijkheden die er zijn om doelgerichter in te zetten op versterking van de concurrentiekracht door verduurzaming en innovatie.
 
Betalingen voor vergroening en verduurzaming moeten effectief en zonder hoge administratieve lasten en controledruk worden gedaan. De raad beveelt de regering daarom aan om kwaliteits- of bedrijfscertificeringsystemen te ontwikkelen waarin alle vereisten voor vergroening en verduurzaming overzichtelijk zijn samen te brengen. Dit in nauwe samenwerking met de landbouw en andere belanghebbende sectoren en organisaties. In andere lidstaten zijn voorbeelden van dergelijke systemen, en die kunnen bijdragen aan het sturen op de benodigde permanente vooruitgang. Overheid en samenleving krijgen daarmee bovendien op transparante wijze inzicht in de geleverde prestaties. Tenslotte kunnen deze systemen worden ingebracht in de volgende ronde van hervormingen van het Europees landbouwbeleid, waarin naar verwachting de vergroeningseisen worden aangescherpt.
 
In de komende jaren loopt het geld dat boeren, de Nederlandse boeren in het bijzonder, aan steun uit Europa ontvangen steeds meer terug. Alleen concurrerende bedrijven zullen dat goed kunnen opvangen. Dit zijn de bedrijven die door innovatie voorlopen in het combineren van kosteneffectiviteit en het voldoen aan hoge maatschappelijke eisen. Voor de Nederlandse economie en in het bijzonder voor de export is dit cruciaal. De raad adviseert gebruik te maken van de mogelijkheid om zonder nationale cofinanciering vijftien procent van het Europees geld voor hectaretoeslagen doelgericht in te zetten voor innovatie en verduurzaming. De raad denkt daarbij aan een nationaal fonds dat zich richt op het stimuleren van – ook risicovolle – innovaties.
De raad realiseert zich dat hiermee met een lange traditie wordt gebroken maar vindt dit onontkoombaar om op de lange termijn concurrerend te blijven opereren.