Anton Ooijen: “Dit jaar nog regioteams aan de slag zetten”

21-10-2013 \\ Innofood nieuws

‘De HCA Topsector Agro& Food is als een bord spaghetti: het is nagenoeg onmogelijk om er een logische structuur in te vinden. Aan de ene kant is dat mooi, want het is een ontzettend brede en veelzijdig onderwerp. Aan de andere kant maakt dit gegeven het HCA-vraagstuk voor deze Topsector nog complexer.’ Aan het woord is Anton Ooijen, projectleider HCA voor de foodbedrijven vanuit de levensmiddelensector. Sinds juni 2013 geeft hij vanuit de FNLI handen en voeten aan de HCA, gericht op het foodbedrijfsleven.

Ooijen werkte ruim dertig jaar bij FrieslandCampina. Van oorsprong is hij jurist, bij FrieslandCampina heeft hij carrière gemaakt binnen HR – met af en toe een uitstap als operations director. Toen dit voorjaar zijn lopende project ten einde liep, beraadde hij zich in overleg met Cees ’t Hart over een nieuwe uitdaging. Anton: ‘Cees opperde de mogelijkheid om mijn ervaring in HR aan de ene kant en mijn ervaring in operations aan de andere kant samen te laten komen als projectleider voor de uitrol van de HCA voor de topsector Agro&Food. Een mooie uitdaging, die ik graag aanga.’

Wat heeft u de eerste maanden gedaan?
‘Vooral veel geluisterd en gesprekken gevoerd om het HCA-vraagstuk goed te leren kennen en daarvoor heb ik met kleine en grote bedrijven gesproken. Ik ben bij onderwijsinstellingen langs geweest, ik heb gesproken met foodnetwerken/regionaal economische clusters. Gaandeweg ben ik erachter gekomen dat het in het kader van de HCA noodzakelijk is om agro en food te splitsen. Voor de buitenwereld zijn deze twee misschien onlosmakelijk verbonden en op zich is dat zo, maar bezien vanuit de HCA spelen er binnen deze twee sectoren uiteenlopende kwesties. Daarnaast is het volgens mij van belang dat we ons niet alleen richten op het groene onderwijs, maar juist op de combinatie van grijs en groen onderwijs. Natuurlijk hoort groen onderwijs bij food als het gaat om onze voedselketen. Maar de monteurs en operators die we ook hard nodig hebben, komen vooral vanuit het grijze onderwijs. Tenslotte verschilt de activiteit van regionale netwerken in het land nogal sterk. Dit zijn de gegevens waarmee we om tafel zijn gaan zitten.’

Met deze conclusies is een plan van aanpak geformuleerd?
‘Ja. Er is een platform nodig waar onderwijs en bedrijven samenkomen. En dan bedoel ik geen fysiek kantoor, of een nieuw op te richten instituut. Daar hebben we er al genoeg van. Het gaat om een meer virtuele structuur. Allereerst wordt er een Taskforce Food samengesteld, waarin alle soorten voedingsmiddelenbedrijven zijn vertegenwoordigd. Daaronder worden twaalf projectteams gehangen. Elk team bestaat uit zo’n 15 tot 20 HR-vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, het onderwijs en de overheid, met name het UWV. In het oosten van Nederland en in Flevoland zijn reeds projectteams geformeerd.

Wat gaan de Taskforce en die projectteams doen?
‘De Taskforce stelt in grote lijnen de agenda samen voor de projectteams. Leden van de Taskforce werken overkoepelend voor deze projectteams, dus waar nodig kan de Taskforce beleidsmatige werkzaamheden op zich nemen. De projectteams wordt gevraagd om de algemene agenda te volgen en die voor de regio in te vullen. Binnen de regio’s gaan we inventariseren waar de grootste behoefte ligt voor de arbeidsmarkt voor de komende vijf tot tien. We vragen alle projectteams wat de behoefte van de bedrijven in hun gebied is als het gaat om functies en de hoeveelheid benodigde mensen voor die functies. We hebben zo’n acht functietypes gedefinieerd met betrekking tot de foodsector en het gaat om de periode 2014-2022. Dat is niet zomaar een vraag, want bedrijven zijn voorzichtig in het noemen van dit soort cijfers. Daarom is een afwijking van 40% acceptabel. Daarmee kunnen we evengoed een goede inschatting maken van de totale behoefte aan personeel en welk soort personeel. Aan de scholen vragen we om helder te maken hoeveel leerlingen er in welke dagopleidingen zitten. Daarmee kunnen we de uitstroom van 2014, 2015, 2016 en 2017 bepalen. Het verschil tussen de behoefte van bedrijven en de uitstroom van het onderwijs, geeft het te overbruggen tekort aan. Dat moet worden ingevuld via BBL/zij-instroom.’

  

Lees hier het volledige artikel op Het Groene Plein