Allergenen, hot item voor Innofoodleden

31-03-2015 \\ Innofood nieuws

Bestuurslid Wim Swier verwelkomt in The Gallery in Enschede de 30 aanwezigen en is blij met de grote opkomst bij deze bijeenkomst die door de Vakgroep Ontwikkeling & Kwaliteit is georganiseerd. Hoewel het thema in eerste instantie wat saai oogde, blijkt het enorm te leven onder de Innofoodleden.

Risico’s en aansprakelijkheid

Mascha Timpert – de Vries, advocaat bij Dirkzwager en zelfstandig ondernemer,  bijt het spits af. Ze is heel erg betrokken bij het thema – en dan met name de risico’s – en heeft o.a. bijgedragen aan de whitepaper etiketteringsvoorschriften.  De basis voor de regelgeving die per 13-12-14 is ingegaan vormen de Voedselinformatieverordening, het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen (WIL) en de Warenwetregeling allergeneninformatie niet-voorverpakte levensmiddelen (de Warenwetregeling).  Ze leggen verplichtingen op aan de levensmiddelenbedrijven onder wiens naam of handelsnaam het levensmiddel in de handel wordt gebracht die voedsel leveren aan grote cateraars en consumenten en de grote cateraars zelf.

 

Mascha gaat op allerlei aspecten in.  Als een consument schade ondervindt, kan deze een claim indienen bij zijn leverancier. Deze kan op zijn beurt gaan ‘afschuiven’. Dit kan alleen door de leverancier van het betreffende product. Door de producent of de naamgever kan niet worden afgeschoven.  Als de leverancier niet te achterhalen is, geldt de leverancier als verantwoordelijke.  Een bijzonder risico bij private-labelproducten is de naamgever van de producten.  Of de aansprakelijkheid hier bij producent of naamgever ligt is niet eenduidig.  Het feit dat  alleen door de leverancier kan worden afgeschoven en deze dus kiest of ze de producent of naamgever aansprakelijk stellen vormt voor private-labelproducenten een risico, waar men zich niet of nauwelijks tegen kan indekken.

Er is een verschil tussen voorverpakte en niet-voorverpakte producten. Als voorbeeld laat Mascha een open kartonnen doosje aardbeien zien. Dat blijkt niet voorverpakt te zijn omdat het niet is afgesloten. Bij niet-voorverpakt moet duidelijk zijn waar de allergeneninformatie is te vinden.
In het geval van een webwinkel moet de informatie in de Nederlandse taal worden weergegeven en is de eigenaar van de website verantwoordelijk voor het geven van de juiste informatie. Alle informatie behalve de tht-informatie moet voor het afsluiten van de koop worden verstrekt.
Het begrip ‘may contain’ mag niet de verplichte informatie vervangen. Voor elk risico is wel een standaardzin te bedenken om je in te dekken, maar algemene disclaimers zijn niet afdoende. Kruisbesmettingen hoeven volgens de verordening niet vermeld te worden.

 

Tot slot nodigt Mascha de aanwezigen uit om bij gelegenheid eens het kantoor van Dirkzwager aan te doen waar een bibliotheek met naslagwerken aanwezig is.

De presentatie van Mascha en de andere sprekers zijn te vinden op ons intranet

 

Afwegingen in de praktijk bij Zwanenberg

 

Hierna is het woord aan Gerrit Straatsma, Group QA manager bij Zwanenberg Food Group. Zwanenberg Food Group levert vanuit zeven productielocaties in Nederland, drie in het VK en twee in de VS een grote diversiteit aan produc-ten. Binnen de locaties worden de allergenen aardnoten, schaalvruchten, sesam, vis, schaaldieren en weekdieren zoveel als mogelijk geweerd en alleen onder strikte GMP- procedures verwerkt. Een van de locaties hanteert een allergenenvrijbeleid. Claims “vrij van….” worden zeer terughoudend gehanteerd. Voor gluten en melk wordt alleen een “vrij van..”-claim gehanteerd als de grondstofketen en productieprocessen dit toestaan.
Klanteneisen zijn bij Zwanenberg leidend. Als een klant geen eisen stelt op allergenengebied wordt het beleid van Zwanenberg gehanteerd.   Allergenen die bewust worden toegevoegd moeten op een product worden vermeld. Echter is in de grondstofketen en tijdens het productieproces een kruisbesmetting mogelijk. Als bedrijf mag je zelf drempelwaarden voor het melden van allergenen vaststellen, dit is een eigen verantwoordelijkheid. Zwanenberg neemt deze veantwoordelijkheid.  Hiervoor wordt literatuurstudie uitgevoerd, worden normen vastgesteld, processen op dit punt in beeld gebracht,  risicoanalyses uitgevoerd en berekeningen gemaakt van de gevolgen van een mogelijk versleep of contaminatie met een allergene stof. Kortom zich de materie eigen gemaakt en risico’s en beheersmaatregelen vastgesteld waarbij wordt aangetoond welke maatregelen worden genomen om bijv. contaminatie te voorkomen.  Als bedrijf moet je een gefundeerd verhaal hebben over het gevoerde beleid waarmee de NVWA, klanten en certificerende instellingen tevreden kunnen worden gesteld.

 

VITAL

De VITAL-norm is een vrijwillig Australisch systeem waarbij allergenen kwantitatief worden benaderd en normen worden aangegeven waarbij een allergeen moet worden vermeld. Dit berust op de drempelwaarden per allergeen en is afhankelijk van de portiegrootte.
VITAL (Voluntary  Incidental  Trace Allergen Labelling) heeft studies gedaan om vast te stellen bij welke waardes minder dan 1% van de gebruikers een (zeer) milde allergene reactie toont. De VITAL-normen zijn in de ogen van Zwanenberg superveilig.
Over drempelwaarden wordt bij veel bedrijven nog niet echt gesproken, het is een moeilijk onderwerp. Niet veel bedrijven durven zelf hun normen te bepalen, maar toch is het beter iets te doen dan niets.

 

Als een klant geen enkele contaminatie toestaat moet je een product als eerste op een schone lijn produceren of moet er tussen productieruns worden tussengespoeld of gereinigd. Het product wordt dan duurder, want de  grootste kostenpost is een stilstaand machinepark.  Tevens is er productverlies. Er kan worden gesteld dat hoe dichter een drempelwaarde naar de nul beweegt des te meer kosten er worden gemaakt door o.a productverlies, machinestilstand en reiniging. We ontkomen er niet aan om met ons allen te bepalen welke contaminatie we nog aanvaardbaar vinden in relatie tot de kosten. De kosten en het door EFSA uitgevoerde wetenschappelijk medisch onderzoek kunnen gebruikt worden om hierover duidelijke uitspraken te krijgen. Naast allergenen speelt in de vleesverwerkende industrie ook de discussie over contaminatie met dierlijke eiwitten die niet op het product worden gedeclareerd. De testen die bij Zwanenberg worden uitgevoerd combineert zoveel mogelijk proteïnesoort en allergeen.

De beheersing van allergenen wort op artikelniveau bepaald. Het vergt heel veel van de productie en de planning om zoveel producten in vaak kleine batches te produceren waarbij contaminatie wordt voorkomen.

 

Hoe buig je een risico om in een kans?

Na een korte pauze vervolgt Thédor van der Vleuten, directeur Dutch Spices over hoe je een risico ombuigt in een kans en het ontbreken van allergenen in een product als Unique Selling Point. Allergenen zijn een hot item. Naast de mensen die een allergie hebben (2-8%) zijn er ook veel mensen die denken dat ze een allergie hebben (20-25%!). Zij acteren daar ook naar door sommige allergenen te vermijden. Er zijn ook veel speculaties over allergenen wat het een moeilijk thema maakt.

 

De visie van Dutch Spices ten aanzien van allergenen is dat zij een toenemende vraag naar onderscheidende producten waarnemen, waar allergeenvrije producten onder vallen. Leveranciers spelen hierop in. Bij Dutch Spices kwam er ook de vraag of zij allergeenvrij kunnen produceren, ze kwamen er alleen achter dat het met hun droge situatie qua productie in de bestaande productiefaciliteit niet mogelijk was om te doen.  Daarom werd een totaal nieuwe allergenenvrije fabriek gebouwd nadat eerst veel gesprekken waren gevoerd met stakeholders hoe dit het best gerealiseerd zou kunnen worden.  Zaken als fijnstoffilters, overdruksituatie, pasjessysteem, ander type handschoenen, personeel opleiden kwamen hierbij aan bod. Al met al viel het enorm tegen.  Ook zijn in het begin questionnaires uitgezet onder alle leveranciers. Ketenbeheersing is van het allergrootste belang. Ook hebben ze gekozen voor een apart magazijn voor allergenenvrij. Dit alles heeft geleid tot een situatie dat nu onder de VITAL-norm kan worden gebleven. Zo moeten allergenen als ingrediënt verplicht vermeld worden als allergenen, maar voor allergenen via kruisbesmetting, die dus onbedoeld in het voedsel terecht gekomen zijn, is geen wetgeving of vermeldingsplicht. De producten zijn naast allergenenvrij ook helemaal veganistisch nadat ze een kleurstof die door luizen wordt gemaakt geëlimineerd hebben. De ontwikkeling van hun allergenenvrije satésaus heeft maar liefst twee jaar geduurd.

 

Transparantie

De consument en de levensmiddelenindustrie vragen meer en meer om transparantie, informatie op maat, ketenbeheersing, allerhoogste kwaliteitstandaard en ‘outstanding story telling’. De behoefte aan transparantie en informatievoorziening groeit onder de consument omdat zij het overzicht van waar het voedsel vandaan komt verliest. Om voedselschandalen, claims en recalls te reduceren of te voorkomen, zijn verdergaande ketenafspraken nodig en zal de levensmiddelenindustrie de huidige kwaliteitsstandaarden moeten optimaliseren.
Ook komt er een auditprogramma voor VITAL.

 

Trends

Thédor sprak ook nog over Trends, de 10 G’s:

 

  • Gezond
  • Gemak
  • Genieten
  • Goed doen/Goed gedrag (MVO)
  • Gast(vrijheid) (klantgericht werken)
  • Geld/waarde (p van prijs belangrijk)
  • Gezicht geven/story telling
  • Geloof (denken dat je voedsel allergie hebt, je gaat op zoek naar producten welke in jouw ogen veilig zijn)
  • Gevaar (consumentenvertrouwen is laag ondanks dat voedsel nog nooit zo veilig is geweest)
  • Globalisering (eten waar je zin in hebt en ondoorzichtigheid waar de producten vandaan komen

De trends en ontwikkelingen in het algemeen zijn veelal gericht op risicoreductie.

De droom, ‘Food for everybody’

Vanuit de visie van Dutch Spices ontstond de droom die ze werkelijkheid hebben gemaakt: Food for everybody – iedereen heeft recht op smaakvol en veilig voedsel. Samen eten zonder risico van 24 allergenen. Het moeilijke hierbij is de keten samenwerking,  je kunt het zelf goed voor elkaar hebben, alleen leveranciers kunnen er anders mee om gaan. Dit heeft Dutch Spices dan ook onderzocht bij hun leverancier door middel van questionnaires.

 

Dutch Spices heeft gekozen voor een bovenwettelijke kwaliteitsstandaard. Naast dat de producten vrij zijn van de 14 wettelijke allergenen (die op het product vermeld moeten worden als het er in zou zitten) zijn ze ook vrij van 10 extra allergenen. Dit ook met het oog op de toekomst als er misschien meer allergenen aan die 14 wettelijke worden toegevoegd.  Zo krijgt lactose dit jaar nog een norm.

 

Tot slot, zijn allergenen dan een bedreiging of een kans? Thédor: ‘Het is een noodzaak’. Ook is het belangrijk om in te spelen op de behoefte van de markt en te stoppen met ‘zenden’.  Durf anders te zijn, een beetje beter is niet meer genoeg. Ga voor de allerhoogste kwaliteitsstandaard. Over het thema transparantie gaan we heel veel horen in de komende vijf jaar, naast Food security, Food safety, Food quality en Food integrity (is het ethisch verantwoord).

 

Vakgroep Ontwikkeling & Kwaliteit

Aan het einde van de bijeenkomst vertelt Thea Smit, voorzitter van de Vakgroep Ontwikkeling en Kwaliteit nog iets over de vakgroep.  De vakgroep behandelt verschillende thema’s, zo zijn Clean Label en Allergenen nu aan de beurt geweest en gaan ze in de toekomst aan de slag met: de plusroute (vitamines toevoegen en voedingsclaims), sensoriek en in november de trends voor 2016. Bedrijven worden uitgenodigd de trends te melden en/off zich aan te melden voor de vakgroep.

Tot slot bedankt Thea de inleiders van harte voor het delen van hun kennis.

 

Judith Hulst / Dini Kortman