Voeding anno 2017: Ziekmaker of medicijn?

24-10-2017 \\ Overig nieuws

Er komt steeds meer aandacht voor leefstijl en zijn invloed op het ontstaan van chronische ziekten. Voor diabetes type 2 geldt bijvoorbeeld dat voor 90 procent de leefstijl van invloed is op het wel of niet krijgen van deze ziekte.

Als je deze ziekte al hebt, kan de juiste voeding ervoor zorgen dat je minder of zelfs helemaal geen medicijnen meer nodig hebt.

Gezonde voeding kan dus heel veel voor je betekenen. Ongezonde voeding is slecht doordat het vaak te weinig van bepaalde nutriënten bevat, zoals vezels. Daarnaast bevat het vaak te veel andere, energierijke nutriënten, vooral koolhydraten. Een teveel aan energie is niet alleen overbodig, maar leidt ook tot overtollig vet. Maar een calorie is geen calorie. Hoe zit dit?

Bouwstof glucose
Glucose is de belangrijkste bouwstof waaruit verteerbare koolhydraten bestaan. Verteerbare koolhydraten worden afgebroken en omgebouwd tot glucose, voordat ze via de dunnedarmwand in het bloed terechtkomen. Het bloed transporteert de glucose naar de organen. Daar zorgt het hormoon insuline ervoor dat de glucose in het bloed wordt opgenomen.
Om te kunnen functioneren, nemen je organen op twee manieren energie op. Deels gebeurt dit uit voeding; deze energie wordt direct gebruikt. En deels wordt energie opgeslagen als vet. Voor als je niet eet, maar wel energie nodig hebt. Door de aanwezigheid van insuline wordt de opname van energie uit voeding mogelijk gemaakt, maar de insuline blokkeert ook de vetverbranding.

Insulineongevoelig
Hoe hoger het glucosegehalte, hoe meer insuline je lichaam aanmaakt. Meer betekent een hogere concentratie voor een langere periode. Door veel en vaak koolhydraten te eten, stijgt je glucosegehalte en wordt dus meer insuline aangemaakt. Hierdoor treedt ongevoeligheid op voor insuline en krijg je suikerziekte. Doordat bij deze eetstijl lange delen van de dag de vetverbranding wordt geblokkeerd, wordt geen vet meer verbrand. Insulineongevoeligheid is bovendien vaak ook de oorzaak van een hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.

Als er veel voedsel/energie in bloed zit, wordt er naast verbruik ook veel opgeslagen. Periodes met weinig insuline in bloed ontbreken en het opgeslagen vet hoopt zich op. Een ander effect van de langzaam groeiende insulineongevoeligheid is dat organen niet voldoende energie uit het bloed kunnen opnemen, ondanks de hogere concentraties. Dit betekent niet alleen meer vetopslag, maar ook een vermoeid en soms hongerig gevoel. Er kan niet meer voldoende energie worden opgenomen, terwijl de voorraad groot genoeg is. Er gaan dus wel voldoende calorieën het lichaam in, maar ze doen hun werk niet.

Naast het opeenhopen van vet zijn er dus meer gevolgen:

Het lichaam stopt met eigen vet verbranden, je lichaam gebruikt als energiebron vooral de glucose in je bloed.
Cellen verliezen het vermogen om te reageren op insuline (insulineresistentie), waardoor je lichaam minder goed glucose, vet en eiwitten kan opnemen voor de benodigde energie.
Je krijgt trek en gaat meer eten.
Mensen met een voedingspatroon zonder toegevoegde koolhydraten halen meer energie uit vetten. De stofwisseling wordt niet verstoord. Een net zo ‘verzadigende’ maaltijd met te veel koolhydraten doet dat dus wel.

Aangeprate vetfobie
Decennia lang dachten wetenschappers dat vet slecht was. Men dacht dat vet rechtstreeks hoge triglyceride (vet)waarden in het bloed gaf en ook meer cholesterol. Door meer recente, wetenschappelijke inzichten weten we nu dat het de toegevoegde suikers en andere koolhydraten zijn die de slechte bloedwaarden geven. Vaak en veel koolhydraten eten, geeft meer vetopslag en gewichtstoename. Door minder koolhydraten te eten, raak je ook makkelijker overtollige kilo’s kwijt. Veel koolhydraten geven sneller weer trek. Geef je eraan toe, dan kom je dus aan. Geef je er niet aan toe, dan houd je altijd trek – en dat houden maar weinigen vol.

Stel: Je eet geen 2.300 kcal meer per dag, maar 1.700. Als je je eetpatroon verder niet aanpast en veel koolhydraten blijft eten, is de kans groot dat je het niet volhoudt om minder te eten. Kies je daarentegen voor een eetpatroon met verzadigende producten, met minder toegevoegde koolhydraten en meer vet, dan heb je wél genoeg aan die 1.700 kcal. Deze producten noemen we ook wel ‘whole foods’; producten die zo min mogelijk zijn bewerkt, zoals groente, fruit, noten, zaden en peulvruchten. TastyBasics producten worden gemaakt op basis van whole foods. Je hoeft er minder van te eten om een verzadigd gevoel te krijgen en het duurt langer voordat je weer trek krijgt.

Deze tekst is tot stand gekomen in samenwerking met dr. Peter Voshol, medisch fysioloog in het ontwikkelteam van TastyBasics en medeoprichter van Stichting Voeding Leeft. Voshol is onderzoeker met een focus op voeding en gezondheid. Hij werkt ook als wetenschappelijk medewerker bij het Louis Bolk Instituut en heeft zijn sporen onder meer verdiend aan universiteiten in Groningen, Leiden en Cambridge.